Meeste Nederlanders hebben te weinig spaargeld

De meeste Nederlanders hebben te weinig spaargeld voor toekomstige kosten. Slechts twee op de vijf zetten geld opzij voor opleidingen, inkomensdalingen, pensioen en zorg.

Dat blijkt uit onderzoek van het Nibud onder tweeduizend mensen. Bijna de helft van de ondervraagden maakt zich druk om geldzaken in de toekomst. Toch leidt dat er niet altijd toe dat ze maatregelen nemen voor financiele zekerheid. Een derde zegt geen geld te hebben om opzij te zetten, maar van de mensen die deze financiële ruimte wel hebben, doet slechts 39 procent het. Bijna vier op de tien mensen vinden dat ze niet zelf verantwoordelijk zijn voor hun financiële situatie na hun pensioen, maar de overheid of financiële dienstverleners zoals pensioenfondsen.

Daarbij schatten veel mensen in de leeftijdsgroep van 18 tot 34 jaar de pensioenleeftijd verkeerd in. De huidige dertigers krijgen pas vanaf hun 71e AOW, twee jaar later dan ze gemiddeld denken. Verder valt op dat vier op de vijf huizenbezitters zich niet realiseren dat ook een aflossingsvrije hypotheek ooit afgelost moet worden.

Partners niet altijd met elkaar eens over geldzaken

Bij bijna 70 procent van de huishoudens doet een van beide partners de financiële administratie. In de helft van de gevallen zijn de partners het niet altijd met elkaar eens over geldzaken. Er is onenigheid over het gedrag: de een vindt dat de ander te veel of juist te weinig geld uitgeeft; of over prioriteiten: waar geven we eerst geld aan uit; en over de verdeling: wie brengt welk bedrag in en wie betaalt wat?

Belangrijk blijkt vooral dat partners open en eerlijk zijn naar elkaar over financiële zaken. Het Nibud geeft ook nog een goede tip. Wie de administratie ook doet, zorg ervoor dat de ander ook op de hoogte is van de gezamenlijke abonnementen, contracten en inlogcodes.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *